Oefenvormen

Nedercom-programma's hebben zeer afwisselende oefenvormen:

Invuloefeningen

Allereerst zijn er de invuloefeningen. Typfouten worden afgevangen.
Er moet bijvoorbeeld ingevuld worden: "wordt". "wirdt" wordt beschouwd als typfout. De leerling wordt gevraagd of hij de fout wil verbeteren. "word" in plaats van "wordt" is een spelfout.

Multiple choice-oefeningen

Met 2 - 8 keuzes, bijvoorbeeld 2 keuzes voor goed/fout, of met 3 - 8 keuzes met mogelijke antwoorden. Bij grammatica kan er gekozen worden uit 8 zinsdelen of woordsoorten.

Kolomoefeningen

In kolomoefeningen moeten leerlingen gegeven woorden naar de juiste kolom slepen. Bijvoorbeeld zelfstandige naamwoorden in de kolom de- of het-woorden plaatsen.

Gatenteksten

In gatenteksten slepen leerlingen gegeven woorden naar de juiste plaats in een doorlopende tekst. Bijvoorbeeld sleep voegwoorden naar de juiste plaats in een tekst.

Correctie-oefeningen

In correctie-oefeningen wordt een zin met een of meer fouten aangeboden. De leerling moet de fouten in deze zin corrigeren of leestekens op de juiste plaats zetten.

Flitswoorden

Er flitst 2 x een woord; de leerling neemt het hele woordbeeld in zich op en tikt het in.

Oefenvormen/Animaties/Spelletjes

In iedere oefening verschijnt op geheel willekeurige momenten 2 à 3 keer een speelse animatie die de leerling even in spanning houdt of het antwoord goed of fout is.

Om loze lestijd zinvol te vullen zijn er taalspelletjes opgenomen. Dat kan een kruiswoordpuzzel, een schuifpuzzel of Lingo met 3-4-5 of meer woorden zijn. In Samenvatten moeten tangram-figuren in elkaar geschoven worden.

Een leerling die niet meer aan een nieuwe oefeningen kan of wil beginnen, kan dus op een zinvolle, meestal talige wijze bezig blijven.